U bent hier

Landelijke ontwikkelingen

7 april, 2016

Welke ontwikkelingen hebben zich in de afgelopen jaren voorgedaan binnen de huisartsenzorg of ICT – of zijn nog aan de gang – die het HIS-Referentiemodel beïnvloeden?

Tegen de achtergrond van onderstaande landelijke ontwikkelingen is het huidige HIS-Referentiemodel tot stand gekomen.

Complexere samenwerkingsverbanden

Steeds meer solopraktijken met één praktijkassistente zijn overgegaan naar een meer complexe vorm van huisartsenzorg waarbij meerdere huisartsen en ook andere zorgverleners binnen de huisartsenpraktijk zijn betrokken. Ook is er meer vraag naar samenwerking binnen de eerste lijn. Doordat de gemiddelde huisartsenpraktijk complexer is geworden, is de behoefte aan interne communicatie toegenomen, maar ook de behoefte aan en de mogelijkheden voor elektronische communicatie met zorgverleners buiten de huisartsenpraktijk is gegroeid.

Door deze complexere samenwerkingsverbanden is hebben andere zorgverleners behoefte om de patiëntendossiers van de huisarts te kunnen raadplegen en wil de huisarts van zijn kant (delen van) ook patiëntendossiers van andere zorgverleners inzien, bijvoorbeeld in het kader van ketenzorg.

Persoonsgerichte zorg

Naast het generalisme en continuïteit behoort persoonsgerichte zorg als kernpunt voor de huisartsenzorg. Dit betekent dat de huisarts rekening houdt met de individuele kenmerken van de patiënt en diens persoonlijke levensloop, leef- en werkomgeving. De huisarts integreert contextkennis met lichamelijke, psychische en sociale aspecten die van invloed kunnen zijn op gezondheid en ziekte. De eigen verantwoordelijkheid van de patiënt en de betrokkenheid van de patiënt bij het behandelbeleid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Het individueel zorgplan is een voorbeeld van een instrument om persoonsgerichte zorg te ondersteunen. Het NHG heeft de specificaties voor een zorgplan uitgewerkt en het zorgplan is ook een onderdeel binnen het HIS-Referentiemodel.

Rol patiënt

De patiënt zelf krijgt steeds meer mogelijkheden om met de huisarts of de praktijk contact op te nemen, de eigen gegevens te raadplegen of nieuwe gegevens toe te (laten) voegen: het e-consult, elektronisch een afspraak maken, herhalingsmedicatie aanvragen of thuismetingen doorgeven. Hiervoor zijn diverse patiëntenportalen ontwikkeld die al dan niet aansluiten op het HIS.

Huisartsenposten

Een andere ingrijpende verandering is de komst van de centrale huisartsenposten (HAP of CHP). Voor de meeste huisartsen betekent dit dat zij niet meer persoonlijk of in hagro (huisartsengroep)-verband de avond-, nacht- en weekenddiensten verzorgen. Huisartsenzorg wordt ’s avonds, ’s nachts of in de weekends aangeboden vanuit centrale en grootschalige voorzieningen. Binnen de hagro konden huisartsen elkaar (redelijk) goed op de hoogte houden van problemen rond patiënten door overleg en overdracht. Er is nu een breuk in de continuïteit van de informatieoverdracht, met name waar het gaat om de beschikbaarheid van patiëntgegevens. Het is daarom van belang dat de waarnemer op de huisartsenpost – zo nodig – toegang heeft tot het patiëntendossier bij de eigen huisarts van de patiënt, zodat hij zich beter kan oriënteren op de medische achtergrond van de patiënt die zich meldt bij de post.

Medicatieproces

Er is al geruime tijd veel aandacht rondom de uitwisseling van medicatiegegevens. Het verkrijgen van een duidelijk overzicht van de actuele medicatie bleek moeilijk door het werken met voorschriften waarin therapie en logistiek door elkaar lopen. NHG en KNMP hebben een analyse gemaakt en zijn gekomen tot nieuwe bouwstenen. Voor de veiligheid van de patiënt is het van groot belang deze gegevens eenduidig te kunnen communiceren tussen verschillende disciplines. Dat vereist goede samenwerking tussen disciplines op landelijk niveau door de zorgkoepels. Daarvoor is het project Medicatieproces van start gegaan. Uitgangspunt zijn hierbij de bouwstenen zoals beschreven door NHG en KNMP.

In het kader van medicatie-veiligheid werkt het NHG ook mee aan het opstellen van de nieuwe richtlijn medicatieoverdracht en afspraken rondom de uitwisseling van medicatie-overgevoeligheden. Het HIS-Referentiemodel houdt rekening met de uitkomsten van deze projecten.

Transparantie

Er is een toenemende vraag naar transparantie van het medisch handelen in het kader van het bewaken van de kwaliteit van zorg. Het NHG beschrijft hiervoor sinds 2007 indicatorensets voor de meest voorkomende ziektes. Veel gegevens, die nodig zijn om indicatoren te berekenen, liggen vast in het HIS. Voor de rapportage van indicatoren is het belangrijk dat deze gegevens uniform uit het HIS gehaald kunnen worden.

Elektronische communicatie

Papieren communicatievormen zijn of worden vervangen door elektronische communicatie: het elektronisch recept, elektronische laboratoriumuitslagen en de elektronische verwijsbrief. Nieuwe vormen van elektronische communicatie dienen zich aan: aanvragen van laboratoriumonderzoek, intercollegiaal overleg, tele-dermatologie, tele-oogheelkunde en tele-cardiologie.

Het NHG beschrijft voor huisartsen in diverse ICT richtlijnen hoe gegevensuitwisseling met andere zorgaanbieders (zoals specialisten, SEH, huisartsenpost) inhoudelijk vorm dient te krijgen. Voor het veilig uitwisselen van gegevens zijn aparte voorzieningen zoals ZorgDomein, Zorgverband en ZorgMail, waar het HIS op aan sluit.

Om de elektronische communicatie in de zorg vorm en vaart te geven is in 2002 het Nederlands ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) opgericht. Aanvankelijk werd door Nictiz ook een landelijke infrastructuur beheerd. Vanaf 2012 is dat deel ondergebracht bij de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ). Nictiz concentreert zich sindsdien op het ontwikkelen en beheren van zorginformatiestandaarden.

VZVZ verzorgt de techniek en beheert en onderhoudt daarvoor de zorginfrastructuur AORTA. Over deze zorginfrastructuur kunnen medische gegevens beveiligd, vertrouwd en betrouwbaar op een gestandaardiseerde manier worden uitgewisseld. Het centrale punt van het AORTA-netwerk is het Landelijk Schakelpunt (LSP). Wanneer de patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven kunnen gegevens elektronisch opgevraagd worden via het LSP. Het LSP faciliteert het berichtenverkeer tussen zorgverleners. Medische gegevens worden niet opgeslagen in het LSP, maar blijven in het dossier bij de huisarts of apotheek.

Landelijke uitwisseling van patiëntgegevens werkt alleen als elk patiëntendossier in Nederland afzonderlijk is te identificeren. Het patiëntendossier is daarom gekoppeld aan het unieke burgerservicenummer (BSN). De zorgverlener die patiëntgegevens in beheer heeft of toegang vraagt tot patiëntgegevens moet eveneens te identificeren zijn. Hiertoe heeft het CIBG de UZI-pas ontwikkeld (UZI: unieke zorgverlener-identificatie). Ook moet duidelijk worden vastgelegd welke zorgverleners toegang hebben tot welke gegevens van welke andere zorgverleners. Dit wordt vastgelegd in het zogenoemde autorisatieprofiel. Bij het LSP nemen ze hiervoor als uitgangspunt de ‘rolomschrijving’ op de UZI-pas, die wordt afgeleid van de registratie van de zorgverlener in een landelijk register zoals het BIG-register en het Kwaliteitsregister Paramedici. Rollen zijn bijvoorbeeld: basisarts, huisarts, internist, apotheker, fysiotherapeut of verpleegkundige.

Wetgeving

In diverse wetten en normen zijn juridische eisen vastgelegd rondom de registratie en uitwisseling van medische gegevens. Deze wetgeving is in de loop van de jaren bijgesteld en uitgebreid. Bij de ontwikkeling van het HIS-Referentiemodel wordt daarom regelmatig gekeken wat de Wet op de Geneeskundige BehandelingsOvereenkomst (WGBO) vereist. Ook de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) is meegenomen in de overwegingen bij het schrijven van functionaliteit.

Er is rekening gehouden met de eisen, zoals beschreven in NEN 7510 'Medische informatica - Informatiebeveiliging in de zorg - Algemeen'. Een HIS moet voldoen aan de eisen van NEN 7510, voor zover betrekking hebbend op de huisartspraktijk. Zaken rondom informatiebeveiliging worden afgestemd met de handreiking BEIS (Beveiliging Eerstelijn Informatie Systemen).

De wet Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens is relatief nieuw. De mogelijke gevolgen voor het HIS-Referentiemodel zullen worden uitgezocht en indien nodig verwerkt.

Bestuurlijke samenwerking

Een duurzaam informatiestelsel is alleen te bereiken door met alle betrokken partijen samen te werken. Het informatieberaad, opgericht in 2014, is een bestuurlijke samenwerking tussen een groot aantal partijen uit het zorgveld én het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport. Een onderdeel daarvan is dat er standaarden komen waarmee gegevens met digitale middelen efficiënt en betrouwbaar uitgewisseld worden. De vele zorgpartijen die het Informatieberaad rijk is, beslissen met elkaar welke standaarden er komen, wie daarbij een rol spelen en welke partij de rekening voor de invoering gaat betalen. Vanuit de huisartsenzorg zijn LHV, NHG en InEen vertegenwoordigd in het informatieberaad. Besluiten binnen het gemeenschappelijk informatieberaad hebben vooral invloed op de prioriteiten van onderwerpen, die ook het HIS-Referentiemodel raken.