U bent hier

Dossierdeel Medicatie

publieksversie 2019

In het dossierdeel Medicatie start, wijzigt en staakt de huisarts medicatie. Verder kan de huisarts een instructie naar de verstrekker sturen. De praktijkmedewerker legt het medicatiegebruik vast uit de anamnese. Tenslotte kan een toediening worden vastgelegd die in de huisartsenpraktijk is gedaan.

Bij het openen van dossierdeel Medicatie wordt het overzicht van medicatie weergegeven. In het Overzicht Medicatie is beschreven hoe dat overzicht eruitziet (zie Lees verder).

Scope

De belangrijkste functionaliteit rondom het vastleggen en raadplegen van medicatie is beschreven in dit dossierdeel. Enkele zaken zijn hier (nog) niet beschreven:

  • het verwerken van medicatiegegevens die gestuurd of opgehaald zijn vanuit een andere bron. Voor medicatieafspraken, verstrekkingsverzoeken, toedieningsafspraken en verstrekkingen gaan we er vanuit dat die verwerking heeft plaatsgevonden;
  • het verwerken en weergeven van het medicatiegebruik dat door de patiënt is gestuurd;
  • het verwerken en weergeven van toedieningen door bijvoorbeeld de thuiszorg of de patiënt.

Functionaliteit

Acties voert de praktijkmedewerker uit vanuit het Overzicht Medicatie en wel in het deel dat de actuele medicatie weergeeft. Bij het vastleggen van medicatiegegevens kan het gaan om het starten van een nieuwe medicamenteuze behandeling of het wijzigen/staken/aanvullen van een bestaande medicamenteuze behandeling. Het vastleggen van een nieuw medicatiegegeven zonder selectie van een actuele medicamenteuze behandeling leidt tot het nieuwe medicamenteuze behandeling. Wanneer het gaat om een het wijzigen/staken/aanvullen van een bestaande medicamenteuze behandeling, voert de praktijkmedewerker de actie uit vanuit de medicatieregel.

Het dossierdeel medicatie biedt de volgende functionaliteit:

Medicatie starten

Het starten van medicatie houdt in dat een nieuwe medicatieafspraak wordt vastgelegd binnen een nieuwe medicamenteuze behandeling. Deze medicatieafspraak beschrijft onder andere welk geneesmiddel in welke dosering dient te worden gebruikt en gedurende welke periode (ingangsdatum en einddatum). De einddatum kan met een specifieke datum worden omschreven maar ook open gelaten worden als het gaat om 'tot nader order'. Tenslotte kan de Reden van voorschrijven worden vastgelegd.

Medicatie wijzigen

Wijzigen wordt gedaan door een nieuwe medicatieafspraak te maken bij de bestaande medicamenteuze behandeling. De nieuwe medicatieafspraak beschrijft de nieuwe gewijzigde situatie. De wijziging kan de dosering, de sterkte van het geneesmiddel of de periode van het gebruik betreffen. Met ingang van deze medicatieafspraak vervalt de vorige medicatieafspraak. Deze ingangsdatum kan in de toekomst liggen.

Bij het invoeren van de medicatieafspraak vult het systeem alvast zoveel mogelijk velden in, mede op basis van de voorgaande medicatieafspraak. De huisarts hoeft slechts de voorgestelde ingangsdatum, einddatum, sterkte of dosering aan te passen. Uit NHG-Tabel Reden van wijzigen/stoppen kan de reden worden gekozen.

Medicatie staken

Het staken gebeurt op dezelfde wijze als het wijzigen: er wordt een nieuwe medicatieafspraak vastgelegd. Met ingang van deze medicatieafspraak vervalt de vorige medicatieafspraak. In plaats van een afgesproken gebruik wordt aangegeven dat medicatie gestaakt wordt.

Verstrekking verzoeken

De hoeveelheid te verstrekken medicatie wordt vastgelegd in een verstrekkingsverzoek. Een verstekkingsverzoek is optioneel bij het vastleggen van een medicatieafspraak: in het geval de patiënt de medicatie nog voorradig heeft of de medicatie bij een andere verstrekker dan een apotheek kan afhalen (zoals ibuprofen) is een verstrekkingsverzoek niet noodzakelijk. In plaats van de hoeveelheid kan ook een gebruiksduur worden aangegeven.

Verstrekking verzoeken

De huisarts vult een verstrekkingsverzoek in en stuurt deze naar de apotheek, of drukt het af en geeft het mee met de patiënt. Actuele medicatieafspraken van dezelfde medicamenteuze behandelingen worden meegestuurd.​ Deze medicatieafspraken kunnen tijdens een vorig of tijdens het huidige contact zijn vastgelegd.

Wijzigings- of stopinstructie sturen naar apotheek

Een medicatieafspraak die het staken of wijzigen van medicatie inhoudt, hoeft niet altijd gepaard te gaan met een verstrekkingsverzoek.

In dat geval kan de huisarts een wijzigings- of stopinstructie naar de apotheek sturen. De huisarts stuurt de betreffende medicatieafspraak als instructie naar de apotheek, zodat hij een lopende terhandstelling aanpast (bijvoorbeeld in het geval van baxtermedicatie, waarbij een verstrekkingsverzoek niet geheel vervuld is).

Medicatiegebruik vastleggen

De praktijkmedewerker legt het medicatiegebruik uit de anamnese vast. Bij het vastleggen van medicatiegebruik zijn er de volgende functioneel van elkaar te onderscheiden situaties:

  • afwijkend gebruik vastleggen bij een bestaande medicatieregel;
  • zelfmedicatie vastleggen vanuit het overzicht van medicatie;
  • gebruik bij onbekende afspraak vastleggen vanuit het overzicht van actuele medicatie of vanuit een medicatieregel.

Bij medicatiegebruik en in het overzicht Medicatie zijn meer details beschreven over het medicatiegebruik.

Toediening vastleggen

De zorgverlener kan een Toediening van medicatie vastleggen. Daarbij zijn er twee functioneel te onderscheiden situaties:

  • Het betreft een toediening op basis van een bestaande medicatieafspraak. In dit geval vult het systeem alvast zoveel mogelijk velden in op basis van de bijbehorende medicatieafspraak.
  • Het betreft een incidentele toediening: de zorgverlener legt dan een nieuwe medicatieregel vast met de nieuwe Toediening.

Beheerde Medische Gegevens:

printvriendelijkUse ctrl + p to print the page