U bent hier

Medisch gegeven Contra-indicatie

publieksversie 2018

Een contra-indicatie wordt gecodeerd vastgelegd. Wanneer bij het voorschrijven een geneesmiddel wordt gekozen, wat een patiënt met deze contra-indicatie beter niet kan krijgen, zal de medicatiebewaking dit signaleren. De contra-indicaties worden getoond bij het overzicht van actuele medicatieafspraken en zijn belangrijke gegevens in de medicatie-overdracht.

De huisarts legt een contra-indicatie vast, wanneer de patiënt een bepaalde indicatie of kenmerk heeft, waar in de medicatiebewaking mogelijk rekening gehouden moet worden. Het gaat hierbij om de kenmerken uit de Nationale Contra-indicatielijst, die gecodeerd in de G-Standaard is opgenomen. De huisarts kan bij het vastleggen van een contra-indicatie een keuze maken alle kenmerken uit de lijst. Op deze wijze kan de huisarts ook een farmacogenetisch kenmerk vastleggen, waar in de medicatiebewaking rekening gehouden kan worden.

De huisarts wordt ondersteund bij het registreren van contra-indicaties wanneer hij een diagnose met ICPC of een bepaalde behandeling vastlegt. Indien er bij de ICPC, die de huisarts vastlegt, een contra-indicatie hoort (volgens de NHG-tabel ICPC en contra-indicatie aarden), wordt de huisarts gevraagd of hij ook de bijbehorende contra-indicatie wil vastleggen.

Dit geldt ook wanneer een huisarts een behandeling invoert, waar volgens de NHG-Tabel Ingrepen en behandelingen en contra-indicatie aarden (tabel 64) een contra-indicatie hoort (bijvoorbeeld een maagresectie die leidt tot de contra-indicatie Bariatrische chirurgie).

Indien de huisarts inderdaad de contra-indicatie wil vastleggen, dan wordt deze vastgelegd met de code van de contra-indicatieaard uit de G-Standaard.

printvriendelijkUse ctrl + p to print the page