U bent hier

Thema Verwijzen

publieksversie 2019

De huisarts verwijst een patiënt naar een andere zorgverlener voor bijvoorbeeld nader onderzoek of verdere behandeling. Met een verwijzing start een verwijstraject, waarbinnen voor een kortere of langere periode op verschillende manieren informatie met een of meer zorgverleners wordt uitgewisseld.

Inleiding

Al de medisch-inhoudelijke informatie rondom verwijzingen én de bijbehorende correspondentie horen tot het medisch dossier. Daarvoor registreert de huisarts deze in het HIS en heeft hij inzage in de openstaande verwijstrajecten. In toenemende mate worden externe applicaties gebruikt die de logistiek rondom verwijzen ondersteunen.

Naast het verwijzen van individuele patiënten en het overzicht hierop houden, worden de gegevens rondom verwijzen gebruikt voor rapportages in het kader van ketenzorg (indicatoren), kwaliteitsbeleid (praktijkaccreditering) en kwaliteitsmanagement.

Zorgproces en Informatie

Verwijstrajecten zijn zeer divers. Een voorbeeld van een simpel en kort verwijstraject zien we bij een patiënt met een onschuldige, maar ontsierende naevus in het gelaat, die door de huisarts wordt verwezen naar de plastische chirurg om deze naevus te laten verwijderen. De zorg voor dit specifieke probleem wordt door de huisarts kortdurend overgedragen aan de specialist. De specialist verwijst de patiënt na de behandeling weer terug naar de huisarts.

Het is ook mogelijk dat een patiënt veel langer in zorg blijft bij de zorgverlener waarnaar hij is verwezen. Een patiënt met ernstig COPD en gewichtsverlies, die door de huisarts wordt verwezen naar de longarts voor intensievere behandeling, blijft bijvoorbeeld voor langere tijd onder behandeling van de specialist. Tijdens die behandeling zullen huisarts en specialist geregeld over en weer informatie uitwisselen: de specialist om de huisarts op de hoogte te houden van het beloop van de behandeling, de huisarts om de specialist op de hoogte te houden van eventuele exacerbaties. Soms vindt mondeling overleg plaats tussen huisarts en specialist, bijvoorbeeld als de patiënt zich meldt bij de huisarts vanwege bijwerkingen van de medicatie die door de specialist is voorgeschreven.

Gedurende de tijd van een verwijstraject ontwikkelt het ziektebeeld zich soms verder of veranderen de inzichten. Een patiënt met rectaal bloedverlies kan gemetastaseerd coloncarcinoom blijken te hebben.

Een ander voorbeeld is dat tijdens een verwijstraject een bijkomend, aanverwant probleem wordt ontdekt: een benauwde astmapatiënt die wordt opgenomen onder de verdenking exacerbatie astma, kan bij nader inzien een longembolie hebben. De longarts zal deze patiënt dan voor beide aandoeningen behandelen.

Bij een verwijstraject kunnen meerdere zorgverleners betrokken raken. Dat kan gebeuren binnen een instelling naar aanleiding van één verwijzing. Bij een patiënte die met een knobbeltje in haar borst wordt verwezen naar de chirurg, zal de chirurg, als blijkt dat ze borstkanker heeft, bijvoorbeeld gelijk de oncoloog en eventueel radiotherapeut bij de behandeling betrekken.

Het is anderzijds ook mogelijk dat de huisarts zelf een patiënt voor een en hetzelfde probleem verwijst naar meerdere zorgverleners. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de arts een patiënt met ernstig overgewicht verwijst naar zowel de diëtist voor voedingsadvies als naar de fysiotherapeut voor beweegtherapie.

De verwijstrajecten variëren hiermee in duur, aantal betrokken zorgverleners en het aantal ziektebeelden.

Meestal wordt een verwijsbrief meegegeven aan de patiënt of wordt deze verstuurd via de reguliere of elektronische post of binnen een aparte applicatie voor verwijzen. In de verwijsbrief noteert de huisarts onder andere kernachtig de reden en context van de verwijzing.

Gegevens en Functionaliteit

Een verwijzing wordt vaak gedaan vanuit een deelcontact. Daarbij wordt dan meestal een verwijsbrief vastgelegd. Een verwijzing is dan terug te zien in het dossierdeel Deelcontacten en in het dossierdeel Verwijzingen. De verwijsbrief is terug te zien in het dossierdeel Deelcontacten, in het dossierdeel Correspondentie en in het dossierdeel Verwijzingen.

Met het vastleggen van een verwijzing start een verwijstraject. Een SOEP-verslag van een overleg met de verwijsdiscipline kan worden toegevoegd aan een verwijstraject. Ook de binnenkomende en uitgaande brieven kunnen worden toegevoegd aan het verwijstraject en zijn zowel terug te zien bij Correspondentie als bij Verwijzingen.

In het voorbeeld van een ontsierende naevus in het gelaat zal er sprake zijn van een kort traject met een verwijsbrief en een afsluitende brief terug van de plastisch chirurg. In het voorbeeld van de COPD gaat het om een langer traject met naast de verwijsbrief ook andere correspondentie en SOEP-verslagen van tussentijds overleg, die de huisarts toevoegt aan het verwijstraject. Wanneer er tijdens het verwijstraject een verwant probleem ontdekt wordt (voorbeeld van astma-patiënt met een longembolie), is er sprake van gegevens, die horen bij één verwijstraject maar bij meerdere episodes.

Wanneer de huisarts de patiënt heeft verwezen met als klacht rectaal bloedverlies, dan zal de episode op het moment van verwijzen de titel van de klacht hebben. Als uit onderzoek blijkt dat het gaat om een rectaal carcinoom, dan zal de huisarts de episode-tital aanpassen naar de diagnose. Deze verandering van episode-titel is terug te zien in de episode-labels van de verschillende episode-items, die onder deze episode vallen en bij dit verwijstraject horen.

Bij het voorbeeld van het knobbeltje in de borst is er sprake van één verwijstraject. Binnen dit traject zullen er brieven komen van verschillende disciplines. Het verwijstraject als geheel wordt afgesloten als de laatste betrokken specialist de zorg weer overdraagt naar de huisarts. In het voorbeeld van een patiënt met ernstig overgewicht is sprake van verwijzingen naar meerdere disciplines: er zijn dan tegelijkertijd meerdere verwijstrajecten binnen één episode.

printvriendelijkUse ctrl + p to print the page